De prijs die een koper betaalt, is niet wat u overhoudt. Tussen hamerprijs en netto-opbrengst zitten kosten die per route sterk verschillen. Dit overzicht helpt u vergelijken.
Veilinghuis
- Verkoperscommissie: een percentage van de hamerprijs, afhankelijk van veilinghuis en waarde van het werk
- Bijkomende kosten: vaak foto-/catalogusbijdrage, verzekering en soms transport, ook als het werk niet verkoopt
- Opgeld voor de koper: de koper betaalt bovenop de hamerprijs een percentage aan het veilinghuis. Kopers rekenen daarmee en bieden dus lager
- Uitbetaling: doorgaans enkele weken na de veiling, nadat de koper heeft betaald
Kunsthandelaar die inkoopt
- Geen kosten, maar het bod ligt structureel onder de marktwaarde: de handelaar moet marge maken en draagt het risico van doorverkoop
Onafhankelijk bemiddelaar (private sale of consignatie)
- Commissie: een vooraf afgesproken percentage, alleen bij verkoop
- Geen opgeld: de koper betaalt geen opslag aan een veilinghuis, zodat er meer ruimte in de prijs is
- Bijkomende kosten: transport en verzekering worden vooraf afgesproken
Een rekenvoorbeeld (indicatief)
Stel, een koper is bereid in totaal € 50.000 te betalen. Op een veiling met 25% opgeld is de hamerprijs dan circa € 40.000; na een verkoperscommissie van bijvoorbeeld 10% plus kosten houdt u rond € 35.000 over. Bij een private sale tegen dezelfde totaalprijs en een bemiddelingscommissie van bijvoorbeeld 10–15% houdt u € 42.500–€ 45.000 over. De percentages verschillen per geval; het mechanisme niet.
Wat telt uiteindelijk?
Niet de laagste kosten, maar de hoogste netto-opbrengst – met oog voor privacy, snelheid en zekerheid. Wij adviseren per werk welke route dat oplevert. Lees ook: Veilinghuis, kunsthandel of bemiddelaar?